
In 2009 voer 3 maal de fluisterboot uit tijdens het Hanzespel
en tijdens deze vaart ontstond het f-luistergedicht
F-luistergedicht
Een stad is zo groot als haar grachten zijn,
leeft zoveel diepte als haar vijvers dromen
je kunt dichten wat je wil, of weer opengooien
De stille pracht van een verboden eiland
Achter fluisterend riet
herinner ik mij een symfonie
waarin de wind mij kust
En de zon mijn huid streelt
Geen mens weet wat water is
behalve wanneer ik mij laat dragen
door de Zutphense stroom
Als de fluisterende rivier ´t diepgroen reflecteert
Wat de een ervaart als de kus van de rivier
de ander voelt als een onpeilbare diepte
de tonen hoort, de kleuren ziet
Tot de wal het schip met zachtheid streelt
De eerste strofe is van het gedicht ´Grote Gracht´ van de eerste
Zutphense stadsdichter Hanz Mirck. Aan de dichters op de fluisterboot
werd steeds de voorlaatste strofe voorgelezen waarop zij
verder konden dichten.
Hieronder het originele gedicht van Hanz Mirck:
Grote Gracht
Een stad is zo groot als haar grachten zijn,
leeft zoveel diepte als haar vijvers dromen
je kunt dichten wat je wil, of weer opengooien
De stille pracht van een verboden eiland achter
Fluisterend riet met een fluisterende boot bezoeken,
maanlicht doen vergeten adem te halen, een vijver
is de glans van de stad, het tegenwicht aan alle straten,
de fontein een bruidschat in het zonlicht voor de regen
Geen mens damt in wat stromen moet, dat damt ons in.
Men kan wegen afsluiten, verkeerscirculatie plannen,
geldstromen indammen, het verkeer laten dichtslibben,
de instroom laten verzanden, vast laten lopen op een eiland
van modder en riet – wat de een weer opent sluit de ander
dat zien de mensen ziet, het is het knipogen van de tijd